Wilfrid Moonen

Untitled document

DE INSTRUMENTALE TOVENAAR

Als je even met Wilfrid praat, valt het onmiddellijk op : dit is niet echt een geboren Pajot. Meer nog, deze man draagt het sinjorendom duidelijk op de lippen. De kleine Moonen zet zijn eerste stapjes inderdaad in de straten van Deurne en Borgerhout. Al gaat hij soms wel een stapje verder, zoals de mooie gezinsuitstap naar Scherpenheuvel. Brave Wilfrid is vijf jaar en vader koopt aan één van de ontelbare kraampjes een mondharmonicaatje voor zijn ventje. Ze zijn nog niet eens bij de auto, als de kleine al twee liedjes uit het instrumentje heeft getoverd. Moeder, die in tegenstelling tot vader uit een heel muzikale familie komt, ziet meteen dat haar oudste "het" heeft. Misschien ziet zij in gedachten haar zoon al zitten op de plaats van haar oom, die organist is in de kerk en notenleer geeft aan de academie en het conservatorium…

Na de mondharmonica volgt dus vlug een klein accordeonnetje met 8 bassen. Helemaal op zijn eentje zit hij urenlang in een hoekje te zoeken en te oefenen, soms wellicht zelf verbaasd over wat hij allemaal uit het primitieve ding weet te halen. Maar tijdens een familiebezoek wordt een korte onoplettendheid de oorzaak van een grote ramp : de hond van oom is geen familielid en dus niet muzikaal, en het beest weet zijn destructieve inborst bot te vieren op het instrument, dat onbewaakt in het hoekje staat. Kleine Wilfrid is ontroostbaar. Maar oom heeft een veel bravere inborst dan zijn huisdier en korte tijd later mag de jonge muzikant zich de bezitter van een nagelnieuw, veel groter en beter accordeon noemen. Nu kan de ontdekkingstocht door muziekland voorgoed beginnen.

Intussen is Wilfrid ook een flinke chiroknaap geworden. Het vrolijke volkje heeft een heus muziekkorps, en daar wordt onze kameraad natuurlijk vlug ingeschakeld als trommelaar bij alle grote feestelijkheden. Als de dag van gisteren ziet Wilfrid zichzelf nog opstappen in het Antwerpse Sportpaleis, dat tot de nok gevuld is met een enthousiaste, luid zingende mensenmassa. Het is dan nog niet te voorzien dat hij er twintig jaar later nog meer dan eens op het podium zal staan.

Ook piano en guitar spreken ons sinjoorke aan. Dat laatste instrument leert hij 9 jaar lang bespelen in de muziekazcademie. Hoe virtuoos hij op die instrumenten ook kan spelen en hoe goed hij ook de muziek en de harmonie aanvoelt, toch zal hij nooit een muzikaal einddiploma halen. In zijn latere carrière bewijst hij met verve dat het ook zonder gaat …

Niet alleen de Chiro kon rekenen op de muzikale medewerking van Wilfrid Moonen, ook de volksdansgroep Uilenspiegel doet een beroep op hem. Zo maakt hij kennis met de volksmuziek. De wereld van de volkskunst gaat hem hoe langer hoe meer boeien. Op Omroep Brabant hoort hij voor het eerst opnamen van eigen Vlaamse volksmuziek door De Vlier en … 't Kliekske.

Korte tijd later danst Uilenspiegel ergens waar ook 't Kliekske optreedt. De groep worstelt met het nummer Sint-Antonius, dat hun accordeonist maar niet in de vingers krijgt. Of Wilfrid dat niet zou kunnen als ze hem de partituur gaven ? Voor acht verbaasde ogen laat hij meteen de noten stromen, zonder papieren hulpje. Wekt het dan verbazing dat hij "eerste reserve" is wanneer Frans Lots het niet meer ziet zitten bij 't Kliekske?

Wilfrid geeft op dat ogenblik klassieke gitaar aan enkele muziekscholen, maar met meer dan 25 optredens per maand is dat moeilijk vol te houden. Maar, gebeten als hij is door muziek, ziet hij meteen dat dit het ware leven is. Voor de groep betekent hij een grote stap vooruit. De instrumentale duizendpoot haalt wervelende muziek uit chromatische en diatonische harmonika, accordeon, piano, gitaar, contrabas, viool, kromhoorn, trommel … Hij heeft een onvoorstelbare voorraad melodiën in zijn geheugen opgeslagen en schrijft muziek zoals een normaal mens zijn boodschappenlijstje neerpent.

Die eerste maanden komt hij vaak voor een week naar het Pajottenland afgezakt. Hij blijft dan na optredens en repetities overnachten bij Rosita en Herman, die hem oppikken aan het Brussels Zuid-station. De eerste keer rijdt de toen nog weinig bereisde Wilfrid zijn bestemming overigens voorbij, omdat hij nog niet weet dat "Bruxelles-Midi" hetzelfde is .. Na hun huwelijk gaat hij met Hilde nog een paar jaar in Aartselaar wonen (om te acclimatiseren tussen Antwerpen en Kester), maar uiteindelijk nemen ze hun intrek in het intussen stemmig opgeknapte huis aan de Raoul Merckxstraat in Kester.

Sindsdien heeft Wilfrid als "buitenstaander" - de andere drie zijn aangetrouwde familie van elkaar - zijn onvervangbare plaats in de groep behouden. Hij is zo mogelijk voltijds bezig met muziek, wordt vaak gevraagd door andere muzikanten om op radio- of plaatopname te begeleiden, arrangementen uit te schrijven of melodieën te componeren.

Wilfrid grijpt ook elke kans aan om zijn muzikale horizonten te verleggen. Evergreens op een feestje, een jazz-optreden of een muzikantenrol in een toneelstuk zal hij kost wat kost proberen mee te pikken. Hij schreef zelfs een drie kwartier durende suite voor modern ballet.

Een "gewone", vaste job is voor hem, evenmin als voor de andere drie, ondenkbaar. Hij is begonnen met het herstellen en stemmen van harmonika's, een tijdvergende bezigheid.

In 1998 is in de muziekschool te Gook een afdeling volksmuziek opgestart onder impuls van de Volksmuziekgilde en Herman Dewit. Wilfrid neemt er de lessen diatonsch accordeon voor zijn rekening.

Maar wat echt telt is het plezier in het spelen, plezier maken terwijl je werkt. Wie kan dat nog zeggen over zijn job ?

Uit : Kwarteeuw Kliekske (door Jan Heyvaert en Walter Evenepoel)